Zestien

Zestien jaar was ze. Mijn zwemmaatje, enthousiast, lief en altijd vrolijk. Samen waren wij na meerdere jeugdbrevetten doorgegaan voor diploma’s reddend zwemmen…

Ze woonde aan een zeedijk. De weg ernaast stond als zeer gevaarlijk bekend. Op een zaterdagavond onderweg naar een bioscoop met haar vriend en een vriendin raakte hun auto betrokken bij een fatale aanrijding. Ze overleed ter plaatse.

De maandagochtend erna zat ik met klasgenoten in de bus die langs onze school reed. De vlag hing halfstok, we vroegen ons af wat er aan de hand was, het gaf een onbehagelijk gevoel. Tijdens het eerste lesuur kwam de rector ons over het ongeluk vertellen. Verslagenheid alom en wij mochten allemaal naar huis. Vanuit een telefooncel belde ik overstuur eerst mijn ouders.

Het kerkje was vol met leerlingen. Haar afscheid was voor velen de eerste begrafenis, ook voor mij. Haar moeder sprak, wat een enorme indruk op iedereen maakte. Wij hadden allemaal een witte roos, een voor een werden de rozen bij haar op de kist gelegd. Het leken de witte schuimkoppen op de golven van de zee waar zij zo graag mocht surfen.

De volgende dag was er op school geen gesprek, geen herinneringshoek. Het was begin jaren tachtig, een andere tijd in vele opzichten. Tegenwoordig is gelukkig meer aandacht en openheid. Het blijft vaak lastig om er over in gesprek te gaan, ook met kinderen.

Uit onderzoek met jongeren blijkt dat verantwoord aandacht geven aan de dood helpt om (later) beter om te kunnen gaan met verlies. Het zou wellicht goed zijn om het structureel onderdeel te maken van het lesmateriaal in het onderwijs. Voor algemene vorming maar ook voor ondersteuning in situaties die daartoe helaas aanleiding geven.

Mijn zwemmaatje ben ik nooit vergeten. Op haar graf staat een surfplank. En zo zie ik haar, surfend op de schuimkoppen van de zee.

Heeft u, advies of hulp nodig?